Manuele therapie

Het manueel therapeutisch onderzoek is een puur functieonderzoek, gebaseerd op een grotere kennis van het beweginsapparaat en bestaat uit:

Manuele therapie

  • basisfunctieonderzoek: gewrichtstesten, spiertesten, neurologische testen, coördinatietesten, ea
  • foute bewegingspatronen en houdingsgewoonten, eventuele ergonomische oorzaken

Behandelingstechnieken

  • Arthrogene mobilisaties: Arthrogene beperking betekent aktief en passief beperkt. Dit kan zowel op macroniveau: de beoordeling van totaalbewegingen, maar ook op microniveau: de beoordeling van de bewegingskwaliteit binnen een gewricht.
  • Neurogene mobilisaties
  • Manipulaties: Tijdens de behandeling maakt de manueel therapeut gebruik van specifieke bewegingen in de gewrichten. De manueel therapeut probeert opgeheven beweeglijkheid te herstellen of teveel aan beweging te stabiliseren. Soms vult de manueel therapeut deze behandeling aan met manipulaties (volksmond ‘kraken’). De gewrichten worden dan wat sneller bewogen. Daarbij kan een knappend geluid gehoord worden.
  • Massages en weke delen technieken
  • Fricties en triggerpuntbehandeling van het spierpeesapparaat : triggerpoints zijn pijnpunten in de spieren
  • Stretchingtechnieken
  • Mobiliserende technieken
  • Oscillaties: Oscillaties zijn ritmisch uitgevoerde bewegingen. Het passief bewegen van gewrichten, spieren en zenuwstructuren in een bepaalde graad en ritme afhankelijk van de doelstelling van de behandeling. Mocht deze mobilisatie onvoldoende effect geven, dan kan een manipulatie het logische gevolg zijn.
  • Harmoniserende technieken
  • Trainingstherapie (inclusief stabilisatietraining en coördinatieoefeningen)

Bij veel chronische problemen blijkt een gecombineerde therapie van mobilisaties, oscillaties en manipulaties met oefentherapie het meest efficient.